Door verder te klikken op onze website, accepteer je cookies en vergelijkbare technieken. 

| Meer informatie

Sluiten

Voorwoord 

Titiaan Zwart, directeur Mantelaar: "wij zijn ontzettend trots om te kunnen melden dat wij opnieuw een langdurig onderzoek gaan doen in samenwerking met VGZ. DItmaal om de zorgconsumptie, lees de kosten, te monitoren. Wij geloven dat een gelukkig leven gezonder is en dus leidt tot minder kosten. Elke euro die we aan de voorkant investeren aan zorg en aandacht  verdienen we 7x terug in het ziekenhuis" 

U kunt via de onderstaande link het rapport downloaden of u leest het hier op deze pagina. 

Download het volledige rapport hier.

Zorg in eigen Hand

Momenteel bestaat 19% van de Nederlandse bevolking uit 65-plussers. Dit percentage zal alleen maar toenemen: 26% rond 2040 (Stoeldraijer et al., 2017). Hiermee neemt ook het aantal ouderen toe dat lichamelijke, psychische, sociale problemen en/of ongemakken ervaart. Bovendien blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau dat een groeiende groep ouderen kwetsbaar is: ruim een kwart van de 65-plussers (van Campen, 2011, p. 53). “Kwetsbaarheid bij ouderen is een proces van het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren dat de kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten (functiebeperkingen, opname, overlijden).” (Van Campen, 2011, p. 48).

Deze tekorten in het functioneren stellen ouderen minder in staat actief mensen te bezoeken. Dit geldt vaak ook voor hun leeftijdsgenoten, waardoor zij ook minder vaak worden opgezocht. Het risico op eenzaamheid neemt daarom toe. Eenzaamheid kan als volgt worden gedefinieerd: “Het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties.” (de Jong Gierveld & van Tilburg, 2007). In Nederland zegt 40-50% van de 80-plussers ‘vaak’ eenzaam te zijn (Dykstra, 2009). Uit ander onderzoek blijkt bovendien dat verlies in het persoonlijke netwerk en ernstige eenzaamheid onder de zeer ouderen sterk samenhangt met zowel cognitieve als fysieke achteruitgang (Cornwell & Waite, 2009). Eenzaamheid heeft dus een negatieve weerslag op de kwaliteit van leven in de brede zin van het woord.

In 2017 hebben Mantelaar, VGZ en het Nationaal Ouderen Fonds (NOF) de handen in één geslagen om de zorg zo in te richten dat er naast verzorging en begeleiding ook tijd is voor gezelschap met de oudere met als doel eenzaamheid te verminderen. Een actieve rol voor ouderen waarin aanspraak wordt gedaan op hun eigen capaciteiten kan de ontwikkeling van de tekorten (negatieve aspecten van kwetsbaarheid) tegengaan en hun welzijn vergroten. Een focus op ‘gains’: wat men nog wél kan, in plaats van op de tekorten in het functioneren, bleek cruciaal voor het ervaren van welbevinden (Schuurmans, 2004, p. 3). Welbevinden of geluk wordt grotendeels gevormd door liefde en samenhang in een relatie, vriendschap, in staat zijn te genieten van (kleine) dingen en het opdoen van nieuwe vaardigheden en ervaringen (Derrogatis et al., 1979; Mieras, 2015). Veel van deze elementen komen terug in de zorg die Mantelaar middels zorgstudenten biedt aan ouderen. Naar verwachting heeft het verminderen van eenzaamheid een positief effect op de kwaliteit van leven van ouderen, wat vervolgens zorgkosten1 zou kunnen besparen. Volgens Ecorys en Verweij Jonker (2013; 2014) kunnen buddy’s die worden ingezet tegen eenzaamheid, gemiddeld per cliënt die langer thuis blijft wonen een jaarlijkse besparing opleveren van circa EUR 41.500. Zorgkostenbesparingen ten gevolge van vermindering van eenzaamheid kunnen oplopen tot wel 34% (Pitkala et al., 2009).

In het pilotproject Zorg in eigen Hand worden medische studenten met bovengenoemde doelen voor 40 weken aan een oudere gekoppeld. Naar keuze van de oudere kan er een zgn. ‘Versterk je Netwerk Student’ worden ingezet, die het sociale netwerk van de ouderen, inclusief de buurt, in kaart brengt en deze vervolgens helpt te activeren. Het aanbod van de studenten varieert van huishoudelijke hulp tot persoonlijke verzorging, hulp met de computer tot een uitstapje naar de markt. Hiermee worden ook naasten en/of mantelzorgers van de oudere ontlast. Mantelzorgers verlenen vaak chronische en intensieve zorg aan anderen, waardoor hun eigen (zorg)behoeften vaak op de achtergrond raken. Daardoor lopen zij een verhoogd risico overbelast te raken (Klerk et al., 2014). In dit onderzoek zijn de effecten van Zorg in eigen Hand op mantelzorgers niet onderzocht, maar naar verwachting draagt ontlasting van mantelzorgers bij aan hun kwaliteit van leven met alle positieve gevolgen van dien.

Dit onderzoek brengt de effecten van Zorg in eigen Hand op basis van een nul- tussen- en nameting in kaart op de gebieden eenzaamheid en kwaliteit van leven. Daarnaast wordt onderzocht wat het effect is van het inzetten van een ‘Versterk je Netwerk student’. In het volgende hoofdstuk wordt de onderzoeksmethode nader toegelicht, gevolgd door een beschrijving van de interventie in hoofdstuk 3 en een overzicht van het aantal en type respondenten in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 biedt een overzicht van de resultaten.

De effecten van Zorg in eigen Hand

Effect op eenzaamheid

Effecten op eenzaamheid zijn gemeten aan de hand van de eenzaamheidsschaal. Deze schaal bevat in totaal 11 statements, zowel met betrekking tot emotionele eenzaamheid als sociale eenzaamheid. Als een respondent een combinatie van emotionele en sociale eenzaamheid ervaart, is het meest ernstig; in feite is er dan sprake van meervoudige eenzaamheidsproblematiek.

Bij emotionele eenzaamheid is sprake van een subjectief ervaren gemis van een emotioneel hechte band en/of een intieme relatie met een partner of hartsvriend(in). Voor de analyse hiervoor is gekeken naar een verandering op de volgende items op de eenzaamheidsschaal:

Bij Mantelaar natuurlijk! Waarom? Wij horen van klanten vaak terug dat ze tevreden zijn over onze studenten en over onze snelle service. Waar klanten bij andere organisaties nogal eens lang moeten wachten, streeft Mantelaar er naar om binnen 5 werkdagen een student aan u te kunnen voorstellen. De band tussen jong en oud wordt door onze klanten als zeer positief ervaren. Een ander voordeel: voor studenten is nachtzorg en 24-uurs zorg veelal weinig belastend. Studenten zijn flexibel en ongeveer tussen de 18 en de 25 jaar. Hierdoor hebben zij doorgaans niet veel moeite met herstellen van een nacht waarin zij af en toe wakker worden gemaakt.

|Ik mis een echt goede vriend of vriendin.

|Ik ervaar een leegte om me heen.

|Ik mis gezelligheid om me heen.

|Ik vind mijn kring van kennissen te beperkt.

|Ik mis mensen om me heen.

|Vaak voel ik me in de steek gelaten

Bij sociale eenzaamheid is er sprake van een subjectief ervaren gemis van betekenisvolle relaties met een bredere kring van mensen zoals kennissen, buren, collega's, mensen die dezelfde interesse delen in hobby of sport etc. Voor de analyse hiervoor is gekeken naar een verandering op de volgende items op de eenzaamheidsschaal:

|Er is altijd wel iemand in mijn omgeving bij wie ik met mijn dagelijkse probleempjes terecht kan.

|Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen.

|Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen.

|Er zijn voldoende mensen met wie ik me nauw verbonden voel.

|Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht.

Eenzaamheid onder ouderen hangt sterk samen met leeftijd volgens de Jong-Gierveld et al. (2016). Hoe ouder personen worden, hoe minder ze in contact staan met de buitenwereld. Op basis hiervan is te verwachten dat ouderen als vanzelfsprekend hoger scoren op eenzaamheid. Eenzaamheid neemt het meest toe voor de oudste respondenten (Ibid., p. 5). In het verlengde hiervan wordt ‘geen verandering’ op eenzaamheid daarom positief geïnterpreteerd, omdat het een verminderde verslechtering aangeeft op het gebied van eenzaamheid.

Ten eerste is in kaart gebracht hoeveel van de respondenten een positief effect op eenzaamheid als gevolg van Zorg in eigen Hand hebben ervaren. Wanneer wordt gekeken naar de totale eenzaamheidsscore (alle 11 items) blijkt dat voor 59% het geval. 41% van respondenten scoort in de nameting zelfs lager op de totale eenzaamheidsscore. Wanneer de resultaten worden uitgesplitst naar type eenzaamheid, emotioneel of sociaal, blijkt dat de meeste respondenten (70%) met name een verbetering op emotionele eenzaamheid hebben gerapporteerd. Bij 44% van de respondenten is emotionele eenzaamheid afgenomen ten tijde van Zorg in eigen Hand. Op het gebied van sociale eenzaamheid is dit voor 22% het geval. Voor bijna de helft van de respondenten is de eenzaamheidsscore op dit gebied gestabiliseerd. Zie figuur 4.

Let wel, op sociale eenzaamheid kan Mantelaar ook minder grote effecten sorteren, aangezien Zorg in eigen Hand niet primair gericht is op het uitbreiden van het sociale netwerk van een zorgontvanger, maar juist op een investering in de kwaliteit van relaties. In de eerste plaats tussen de student en zorgontvanger en in geval van de ‘Versterk je Netwerk Student’ in het activeren van diens netwerk. Daarnaast zijn de respondenten op een leeftijd waarin het vaak voorkomt dat het netwerk uitdunt door overlijden of doordat zij niet meer in staat zijn tot het onderhouden daarvan. Gezien de activiteiten van Zorg in eigen Hand, wordt verwacht dat de scores op indicatoren onder sociale eenzaamheid, zoals “Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht.” of “Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen”, geen grote verbeteringen laten zien. De items die vallen onder emotionele eenzaamheid staan in dat opzicht dichter bij de activiteiten die Mantelaar aanbiedt in het project Zorg in eigen Hand.

Daaropvolgend is gekeken of de gemiddelde score op totale eenzaamheid, emotionele en sociale eenzaamheid significant verschilde ten opzichte van de nulmeting. Er werd een significant verschil gevonden op emotionele eenzaamheid5. Dit is een klein effect op basis van Cohen’s index voor effectgrootte6. Een kleine effectgrootte kan nog steeds heel waardevol zijn bij problemen die zich moeilijk laten aanpakken. Onderzoek laat zien dat emotionele eenzaamheid zwaarder weegt voor mensen dan sociale eenzaamheid; het is moeilijker om mee te maken en mogelijk ook moeilijker op te lossen (Van Dongen, 2010).

Effect van Versterk je Netwerk student

Vervolgens is gekeken of er verschillen zijn op het gebied van eenzaamheid zijn tussen de groep ouderen die gebruikmaakte van een ‘Versterk je Netwerk Student’ vs. de groep ouderen die dat niet deden - maar wel een zorgstudent tot hun beschikking hadden. Uit deze analyse blijkt dat de effecten op emotionele eenzaamheid met name worden veroorzaakt door de ‘Versterk je Netwerk’ interventie. Voor deze groep wordt namelijk een middelgroot significant effect op emotionele eenzaamheid gevonden7. Voor de reguliere groep werd op dit gebied niet langer een significant effect gevonden. Zie figuur 5. Deze resultaten laten zien dat de toegevoegde component, waarin de student de sociale omgeving van de oudere betrekt, het onderdeel is van de interventie waardoor zijn/haar emotionele eenzaamheid wordt verlaagd.

Zoals hierboven beschreven hangt eenzaamheid sterk samen met leeftijd. Daarom is er ook nog een analyse uitgevoerd waarin het gemiddelde effect op emotionele eenzaamheid is uitgesplitst op basis van leeftijd. Hieruit komt naar voren dat het effect op emotionele eenzaamheid met name wordt gedreven door ouderen van 90 jaar en ouder8. Zie figuur 6. Dit is tegelijkertijd de groep die het meest kwetsbaar is voor eenzaamheid (De Jong Gierveld, 2016). NB. Dit waren zowel 90-jarigen die een ‘Versterk je Netwerk Student’ hadden als een reguliere zorgstudent.

Omdat effecten op emotionele eenzaamheid met name worden gevonden voor de ‘Versterk je Netwerk’ interventie evenals voor oudere ouderen, is er ook gekeken naar verschillen tussen oudere vs. jongere ouderen per type zorgstudent. Deze analyse is uitgevoerd om de volgende hypothese te testen: ‘Versterk je Netwerk’ interventie heeft met name effect voor jongere ouderen (onder de 85 jaar) en in mindere mate voor oudere ouderen (boven de 85 jaar). De aanname is dat jongere ouderen nog meer open staan voor verandering en nieuwe contacten in hun informele netwerk meer benutten dan oudere ouderen. Uit de analyse blijkt dat de jongere ouderen een iets sterkere afname hebben ten opzichte van oudere ouderen op emotionele eenzaamheid als gevolg van de ‘Versterk je Netwerk’ interventie (zie figuur 7). Met andere woorden: beide type zorgstudenten hangen samen met een afname in emotionele eenzaamheid onder oudere ouderen, en alleen de ‘Versterk je Netwerk’ interventie voor jongere ouderen.

Ten slotte is aan alle respondenten gevraagd in hoeverre een positieve verandering in eenzaamheid is toe te schrijven aan de diensten van Zorg in eigen Hand. Of er sprake is van een verbetering berustte op hun eigen inschatting (zij kregen geen verschil score op basis van indicatoren te zien). Hierop geeft 92% van de respondenten aan dat een verbetering op het gebied van eenzaamheid in ieder geval ten dele is toe te schrijven aan Zorg in eigen Hand. Voor 19% is dat bijna helemaal het geval en 22% van de respondenten schrijft de verbetering volledig toe aan Zorg in eigen Hand. Dit percentage (92%) wat een verbetering aangeeft op basis van zelfrapportage is groter dan wat is gemeten op basis van de indicatoren (70%). De score op de indicatoren kan mogelijk negatief zijn beïnvloed door externe factoren, zoals het overlijden van dierbaren.

Effecten op Kwaliteit van Leven

In het verlengde van eenzaamheid zijn er effecten op kwaliteit van leven getoetst. Specifiek is dit gedaan op twee deelgebieden daarvan: Dagelijks leven en Gezondheid. Respondenten konden per stelling aangeven of dit voor hen Altijd, Meestal, Regelmatig, Soms of Nooit gold. Per gebied werden de volgende stellingen voorgelegd:

Dagelijks leven:

|Ik voel me gelukkig.

|Ik geniet van mijn leven.

|Ik ben tevreden met mijn leven zoals het nu is.

|Ik vind dat mijn leven zin of richting heeft.

NB. In tegenstelling tot de eenzaamheidsschaal is kwaliteit van leven niet getoetst middels een gevalideerde schaal. Respondenten gaven regelmatig aan deze vragen als onprettig te ervaren. Vragen als: “Ik vind dat mijn leven zin heeft.” of “Ik ben tevreden met mijn leven zoals het is.” kunnen op de gevorderde leeftijd van respondenten als confronterend ervaren worden. De formulering van de vragen kan daarom de resultaten negatief hebben beïnvloed.

Gezondheid:

|Ik voel me fit genoeg om te doen wat ik wil.

|Ik voel me lichamelijk gezond.

|Ik voel me psychisch gezond.

|Ik kan met verandering en tegenslag omgaan.

Ten eerste is in kaart gebracht hoeveel van de respondenten een positief effect op kwaliteit van leven hebben ervaren als gevolg van Zorg in eigen Hand. Gezien de hoge leeftijd van de doelgroep die gepaard gaat met een doorgaans afnemende gezondheid is het voorkomen van achteruitgang al winst voor de zorgontvanger. Nog groter is de winst voor de zorgontvanger als er een verbetering kan worden geboekt. Uit de analyse blijkt dat Zorg in eigen Hand voor zo’n 60% van de respondenten positief effect heeft op hun kwaliteit van leven. Door 51% respondenten is zelfs een verbetering gerapporteerd. Zie figuur 8.

Vervolgens is gekeken op welk aspect van iemands kwaliteit van leven Zorg in eigen Hand effect sorteert. Hieruit komt naar voren dat de grootste effecten worden gevonden op lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid en zingeving – waarvan alleen de eerste met statistische zekerheid kan worden gesteld. Zie figuur 9. Een verbetering op lichamelijke gezondheid maakt een besparing op zorgkosten aannemelijk.

Uit verdere analyse blijkt dat zingeving met name een sterk positief effect sorteert voor ouderen van 90 jaar en ouder evenals voor ouderen zonder partner (zie figuur 10). Dit waren zowel 90-jarigen die een ‘Versterk je Netwerk Student’ hadden als een reguliere zorgstudent. Dit laat wederom zien dat de interventie de sterkere effecten sorteert naarmate personen ouder zijn, waarschijnlijk omdat het voor hen een grotere lacune in hun leven opvult door een vermindering aan autonomie en sociale contacten.

Ook voor kwaliteit van leven is gevraagd in hoeverre een verbetering (o.b.v. eigen inschatting) is toe te schrijven is aan Zorg in eigen Hand. 95% van de respondenten stelt dat een verbetering van kwaliteit van leven in ieder geval deels te danken is aan Zorg in eigen Hand. Voor 24% is dit bij helemaal te danken aan Zorg in eigen Hand en voor 22% van de respondenten helemaal. Ook hier is dit percentage van zelf-gerapporteerde verbetering hoger dan het percentage respondenten (60%) bij wie een verbetering is gemeten. Dit kan enerzijds zijn veroorzaakt door externe factoren, zoals overlijden van dierbaren, of de door de vragen die als onprettig en/of confronterend werden ervaren.

Effecten op Kwaliteit van leven - zelf-gerapporteerd

Kwaliteit van leven is daarnaast ook uitgevraagd middels een rapportcijfer. De respondent werd gevraagd om op een reeks deelgebieden van kwaliteit van leven de slechtst denkbare situatie (rapportcijfer 1) en de best denkbare situatie (rapportcijfer 10) in te beelden en daarna de eigen situatie met een rapportcijfer te beoordelen. Om het effect te meten van Mantelaar op deze aspecten zijn we geïnteresseerd in mensen die aanvankelijk een onvoldoende scoorden en in de nameting een voldoende scoren op elk aspect van kwaliteit van leven.

Een redelijke stijging vindt plaats op het informele netwerk van de respondenten: met een toename van respondenten die zijn leven een voldoende geeft voor hulp uit eigen kring of buurt van 80% naar 87%. Ook op het gebied van gezondheid zien we een stijging van 60% naar 65%. Zie figuur 11.

Wanneer wordt gekeken naar een verschil in effecten in type student zien we een toename in tevredenheid over hulp vanuit het informele netwerk bij de groep respondenten die een ‘Versterk je Netwerk Student’ heeft. Voor de interventie geeft 79% van de respondenten in deze categorie aan hun informele netwerk voldoende te vinden en na de interventie is dit 95%. Dit effect is tevens significant9. Zie figuur 12.

Net Promoter Score (NPS) en Waardering Zorg in eigen Hand

De Net Promoter Score (NPS) brengt in kaart hoe tevreden cliënten zijn. De groep respondenten die het cijfer 0 tot 6 geeft, wordt als critici bestempeld. De groep die een 9 of 10 geeft wordt gekwalificeerd als ‘promoter’ en de rest (scores 7 en 8) als ‘passief neutraal. Hieruit blijkt dat de gemiddelde deelnemer aan Zorg in Eigen Hand als een promoter kan worden gezien. Ook wordt het project an sich met een rapportcijfer 9 gewaardeerd.

|In welke mate zou u Zorg in eigen Hand aanraden aan familie, vrienden of collega's?

  >> gemiddelde score nameting: 9

|In welke mate waardeert u Zorg in eigen hand?

  >> gemiddelde score nameting: 9

Dat de overgrote meerderheid (gemiddeld 94%) verbetering zegt te hebben ervaren op het gebied van zowel eenzaamheid als kwaliteit van leven - mogelijk buiten de gemeten indicatoren - wordt ondersteund door bovenstaande cijfers.

Onderzoeksmethode

Om in kaart te brengen wat Zorg in eigen Hand betekent op de gebieden eenzaamheid en kwaliteit van leven, is een vragenlijst opgesteld die zowel voorafgaand, tijdens (na 20 weken) en na 40 weken is afgenomen. Alle vragenlijsten zijn door de intakers van Mantelaar afgenomen en vervolgens verwerkt in de Sinzer software. De vragenlijst bestaat uit de volgende onderdelen:

| Eenzaamheidsschaal: Dit is een gevalideerde schaal van professor de Jong-Gierveld (1985) over eenzaamheid. Deze schaal bevat in totaal 11 statements, zowel negatief geformuleerd (“Ik mis een echt goede vriend of vriendin.”) als positief geformuleerd (“Er is altijd wel iemand in mijn omgeving bij wie ik met mijn dagelijkse probleempjes terecht kan”). De negatief geformuleerde statements hebben betrekking op emotionele eenzaamheid en de positief geformuleerde statements op sociale eenzaamheid.

| Er is sprake van emotionele eenzaamheid wanneer iemand de kwaliteit van zijn/haar contact slechter ervaart dan gewenst, bijvoorbeeld doordat een hechte, emotionele band ontbreekt.

|Er is sprake van sociale eenzaamheid wanneer iemand minder sociale contacten heeft dan gewenst, ofwel een te klein sociaal netwerk.

| Kwaliteit van Leven: Deze indicatoren hebben betrekking op het dagelijks leven van zorgontvangers en hun gezondheid.

| Kwaliteit van Leven - Zelf-gewaardeerd: Zorgontvangers geven rapportcijfers aan verschillende onderdelen met betrekking tot hun kwaliteit van leven, zoals hulpmiddelen, hulp uit omgeving, de mogelijkheid te leven op een manier die bij hun past etc.

| Waardering Zorg in eigen Hand: hier wordt gevraagd naar de zgn. Net Promotor Score (in hoeverre je Zorg in eigen Hand zou aanbevelen aan iemand anders) en een rapportcijfer: hoe je Zorg in eigen Hand waardeert.

Er is vervolgens statistisch getoetst of er bij de zorgontvangers significante verschillen zijn opgetreden tussen de nul- en de nameting op bovengenoemde gebieden. Aangezien er geen noemenswaardige verschillen waren tussen de tussen- en nameting, worden in dit rapport alleen de verschillen tussen de nul- en nameting beschreven. Daarnaast is gekeken of achtergrondvariabelen, zoals leeftijd, (g)een partner, woonsituatie (zelfstandig of onder begeleiding), het wel of niet hebben van dementie, andere mantelzorger, aanvankelijke tevredenheid met informele netwerk, onderwijsniveau, en het gebruik maken van een ‘Versterk je Netwerk Student’ een rol spelen in het behalen van de effecten en de mate waarin. Statistische significantie betekent dat het gevonden verschil niet puur toeval is, maar duidt op een bestaand verschil tussen nul- en nameting of tussen verschillende subgroepen2. Ook is gekeken naar de zgn. effectgrootte met behulp van Cohen’s D. Deze index maakt het mogelijk om een effectgrootte te interpreteren (negatief, verwaarloosbaar, klein, (middel)groot of groot effect). Ten slotte zijn de open antwoorden geanalyseerd om resultaten beter te kunnen duiden, waar nodig ondersteund met literatuuronderzoek.

Wat is Zorg in eigen Hand?

Mantelaar koppelt zorgstudenten aan mensen die extra verzorging, begeleiding en gezelschap nodig hebben. De studenten, met een medische en/of zorggerelateerde achtergrond, worden voor langere tijd aan een oudere gekoppeld, zodat er een persoonlijke band kan ontstaan. Alle studenten ontvangen een cursus van Mantelaar, waarin onder andere aandacht is voor goede verzorging en hoe om te gaan met dementie. Uitgangspunt is dat de oudere zoveel mogelijk zelf kan blijven doen en dat de student ondersteunt waar nodig. Naast verzorging en begeleiding kunnen de student en oudere ook samen op stap voor bijvoorbeeld een museumbezoek, wandeling of kopje koffie. Niet alleen is deze verbinding aangenaam voor de oudere en de student, de mantelzorger kan hier ook mee worden ontzorgd3.

Zorg in eigen Hand is een pilotproject waarin zorgstudenten of mantelzorgondersteuners voor 40 weken worden gekoppeld aan een oudere. Er is actief geworven middels advertenties in regionale bladen en mond-tot-mond reclame. Ouderen konden zich aanmelden, waarna ze een vrijblijvende intake thuis ontvingen. In sommige gevallen heeft de wijkverpleging en het NOF ouderen aangemerkt, waarvan het vermoeden van eenzaamheid bestond. Zorg in eigen Hand onderscheidt twee soorten zorgstudenten. Sommige studenten hebben een cursus van de vrijwilligersacademie gevolgd en zijn nadien inzetbaar als een ‘Versterk je Netwerk student’. Deze studenten helpen de ouderen – die hiervoor gekozen hebben én waarvan er mogelijkheid was tot versterking van het eigen netwerk – om niet alleen zelf directe hulp, ondersteuning en gezelschap te bieden, maar ook om het netwerk in hun omgeving (familie, buren, vrienden en buurtinitiatieven) te activeren. Met als doel dat er een blijvend, sterker netwerk om de ouderen is, wanneer de student niet meer komt na de 40 bezoeken. Dit is van belang aangezien uit de literatuur is gebleken dat mensen met een netwerk die volledig bestaat uit familie meer risico lopen om eenzaam te worden dan mensen die een gemengd netwerk hebben, waar naast familieleden ook anderen onderdeel vanuit maken (De Jong-Gierveld et al., 2016).

Respons en profielinformatie

Voor dit onderzoek zijn alle deelnemers van Zorg in eigen Hand bevraagd. De nulmeting is ingevuld door 112 respondenten. Van deze groep hebben 73 respondenten de nameting 40 weken later ook ingevuld. De resultaten die hieronder beschreven worden, hebben betrekking op deze 65% respondenten. Sommige respondenten zijn uitgevallen door overlijden, andere doordat hun situatie dermate veranderd is dat deelname niet langer mogelijk was, bijvoorbeeld door verhuizing uit de regio of naar een verzorgingstehuis. Een klein deel van de respondenten bleek na de intake niet langer geïnteresseerd in deelname.

Een representativiteitsanalyse laat zien dat er geen significante verschillen bestaan tussen respondenten die wel en niet de nameting hebben ingevuld op alle uitgevraagde achtergrondkenmerken4. Bij de uitvallers zitten iets meer mannen (36% vergeleken met 27%) en meer dementerende ouderen (39% vergeleken met 25%). Tevens zijn er geen verschillen gevonden tussen de steekproef en de afgevallen respondenten op het gebied van eenzaamheid. Dit betekent dat de uitval geen invloed heeft op de representativiteit van de steekproef dat de effecten geïnterpreteerd kunnen worden als zijnde voor de hele groep.

Het zorgaanbod van Zorg in eigen Hand kent twee varianten: 41% van de respondenten (n=30) maakte gebruik van de ‘Versterk je Netwerk Student’ gericht op het in kaart brengen en activeren van het persoonlijke netwerk van de oudere.

Wie namen er deel aan Zorg in eigen Hand?

Driekwart van de deelnemers is vrouw. Meer dan de helft is tussen de 80 en 89 jaar, ruim een derde is jonger dan 80 en 14% is ouder dan 90 jaar. Slechts een kwart van de deelnemers bleek dementerend. NB. dit laatste is gebaseerd op een inschatting van de intaker. Zie figuur 1.

Op sociaal vlak is gekeken of deelnemers een partner hadden en hoe zij de hulp van mensen uit hun eigen kring of buurt (geen professionele hulpverleners) beoordelen op een schaal van 1-10. Hieruit blijkt dat 88% van de deelnemers geen partner heeft. 79% van de deelnemers beoordeelt de hulp uit hun informele netwerk met een voldoende. Zie figuur 2. Deze zelfbeoordeling over de hulp uit het informele netwerk lijkt positiever dan de inschatting van de wijkverpleging en/of de NOF, die de ouderen hebben toegewezen voor deelname aan Zorg in eigen Hand omdat er een vermoeden van eenzaamheid bestond. Omdat mensen zichzelf ook konden aanmelden voor de pilot -en er bij deze groep dus niet werd geselecteerd op eenzaamheid- is het verbeterpotentieel mogelijk kleiner dan aanvankelijk gedacht.

Vervolgens is gevraagd in hoeverre deelnemers (buiten Mantelaar om) contact hebben met een mantelzorger. Dit blijkt voor 75% het geval. 18% van de deelnemers heeft wekelijks contact en 44% zelfs meerdere keren per week (zie figuur 3).

Conclusies en aanbevelingen

De komende jaren zal het aandeel ouderen in de Nederlandse bevolking stijgen. Ook blijkt een groeiende groep ouderen kwetsbaar doordat zij in toenemende mate kampen met lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten met negatieve gezondheidsuitkomsten als gevolg. Door deze tekorten zijn ouderen minder mobiel waardoor zij minder op bezoek kunnen en door hun leeftijdsgenoten ook minder worden bezocht. Het risico op eenzaamheid ligt daarmee op de loer.

Uit de literatuur blijkt dat het belangrijkste criterium voor succesvol ouder worden het realiseren en behouden van welbevinden is, wat grotendeels wordt gevormd door de volgende elementen: liefde en samenhang in een relatie, een groep vrienden, in staat zijn te genieten van (kleine) dingen en het opdoen van nieuwe vaardigheden en ervaringen. Veel van deze elementen komen terug in het project Zorg in eigen Hand.

Zorg in eigen Hand

Zorg in eigen Hand koppelt medische studenten voor 40 weken aan ouderen naast extra verzorging, begeleiding ook gezelschap nodig hebben, met als doel eenzaamheid te verminderen. Studenten worden gestimuleerd de oudere mee op stap te nemen om hiermee hun -vaak overbelaste- mantelzorger te ontzorgen10. Naar keuze van de oudere kan er een ‘Versterk je Netwerk Student’ worden ingezet, die het informele netwerk van de oudere in kaart brengt en activeert. Naar verwachting heeft het verminderen van eenzaamheid een positief effect op de kwaliteit van leven van ouderen, wat vervolgens zorgkosten zou kunnen besparen.

Op basis van een nul-, tussen- en nameting zijn de effecten van Zorg in eigen Hand in kaart gebracht op de gebieden eenzaamheid en kwaliteit van leven. Bij het interpreteren van de resultaten is het belangrijk rekening te houden met de afnemende gezondheid en een toenemend risico op eenzaamheid van de doelgroep. In het verlengde hiervan wordt ‘geen verandering’ op eenzaamheid of kwaliteit van leven als een positief effect geïnterpreteerd, omdat het een vermindering of stabilisatie van achteruitgang weergeeft.

De effecten van Zorg in eigen Hand

Allereerst laten de resultaten voor 70% van de respondenten een positief effect op het gebied van eenzaamheid zien, specifiek op het gebied van emotionele eenzaamheid - indicatief voor het missen van een hechte/emotionele band in relaties. Uit onderzoek blijkt dat juist dit type eenzaamheid zwaar weegt voor mensen, omdat het moeilijker is op te lossen (Van Dongen, 2010). Dit effect is met name zichtbaar bij deelnemers die een ‘Versterk je Netwerk Student’ hadden. Ook steeg de tevredenheid over hulp uit het informele netwerk bij deze groep significant. Ouderen lijken gebaat te zijn bij actieve steun om hun informele netwerk aan te boren.

Op het gebied van kwaliteit van leven rapporteerde 60% van de respondenten een positief effect; 51% van de respondenten gaf aan een verbetering te hebben ervaren. De grootste effecten werden gevonden op lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid en zingeving. Een verbetering op lichamelijke gezondheid maakt een besparing op zorgkosten aannemelijk.

Daarnaast bleek Zorg in eigen Hand met name sterke effecten te sorteren op ouderen die extra gevoelig zijn voor eenzaamheid. In dit profiel vallen ouderen van hogere leeftijd (90 jaar en ouder) en ouderen die geen partner hebben. Al geven ouderen over het gehele leeftijdsspectrum (ook die jonger dan 70 jaar) aan Zorg in eigen Hand te waarderen en het aan te raden aan vrienden en familie, is het de meer kwetsbare groep waar de grootste resultaten van de interventie worden geboekt.

Zowel op het gebied van eenzaamheid als van kwaliteit van leven rapporteert gemiddeld 94% een verbetering op basis van eigen inschatting, wat een hoger percentage is dan dat er op basis van de indicatoren is gemeten (gemiddeld 65%). Een mogelijke verklaring is dat de score op de indicatoren negatief kan zijn beïnvloed door externe factoren, zoals het overlijden van dierbaren, een val of gezondheidsklachten. Daarnaast gaven respondenten aan sommige formuleringen als onprettig en/of confronterend te hebben ervaren, wat het verschil tussen een zelf-gerapporteerde en gemeten verbetering zou kunnen verklaren. Ook de hoge Net Promoter Score en de waardering van Zorg in eigen Hand (beiden een score 9 op een 10 puntenschaal) ondersteunen het vermoeden van een positief effect, dat niet (volledig) met de indicatoren is gemeten.

NB. Deze resultaten moeten worden bezien met de beperkingen van het onderzoeksdesign in het achterhoofd. Namelijk, het gebrek aan een controlegroep maakt het hardmaken van directe causale verbanden niet mogelijk. Daarnaast is de grootte van de steekproef gering, waardoor kleinere en meer indirecte effecten statistisch niet kunnen worden hardgemaakt. Ook betekent het gebrek aan een controlegroep dat externe factoren die van invloed zijn over tijd naast de interventie, niet uit de gevonden effecten kunnen worden gefilterd. Lange termijneffecten blijven nu ook buiten beeld. Op basis van deze beperkingen is het aan te bevelen om bij opschaling een grotere effectevaluatie uit te voeren, bijvoorbeeld door het volgen van zorgkosten op lange-termijn bij deelnemers van Zorg in eigen Hand, idealiter in vergelijking met een controlegroep van vergelijkbare ouderen die niet deze zorg ontvangen.

Handige links bij dit artikel

U bevindt zich hier: