Door verder te klikken op onze website, accepteer je cookies en vergelijkbare technieken. 

| Meer informatie

Ik heb het begrepen
Column II september

Eigen regie over het imago van de ouderenzorg?

"Werk je in de zorg?” wordt er op een verjaardagsfeestje gevraagd. “Zó hard werken voor zo’n laag salaris… maar goed dat mensen zoals jij het nog willen doen.”1 Chantal Portvliet beschrijft treffend hoe het voor verpleegkundigen voelt om geconfronteerd te worden met het stigma van de ouderenzorg. Wat kunnen we zelf doen om het imago van de ouderenzorg een positieve boost te geven?

In artikelen en blogs wordt het negatieve imago van de ouderenzorg genoemd, maar niet bewezen.  Bij gebrek aan kwantitatief onderzoek die het stigma kan bewijzen, lees ik het onderzoek van de Amerikanen Miller, Tyler en Mor. Zij concludeerden in 2013 dat 49,3% van de mediaberichten over zorg negatief waren; slechts 4,3% was overwegend neutraal.1 Deze bevindingen zijn echter niet goed te vertalen naar de Nederlandse situatie. Het onderzoek is gedateerd en Amerika kent een heel ander medialandschap en zorgstelsel. Een onterecht hoog aantal negatieve berichten over de zorg kan dus niet wetenschappelijk bewezen worden, maar indirect ondervinden we er wel de gevolgen van. De constante bevestiging van het negatieve imago ondervindt de verpleegkundige in de eerder beschreven situatie op verjaardagen. Het is niet alleen die ene irritante kennis op die verjaardag die het werk in de thuiszorg devalueert maar collega’s doen dat zelf ook. Uit onderzoek onder 1000 HBO-V studenten blijkt dat slechts 5% stage zou willen lopen in de thuiszorg, de rest vindt het “nuttig werk, maar niks voor mij”.5

De zorg in de schijnwerpers

In een aantal artikelen wordt de media als schuldige aangewezen. “De media wil alleen maar scoren door slecht nieuws te printen”, is het gangbare beeld. Dat idee leeft ook onder wetenschappers. Meyer beschrijft hoe de media het politieke proces heeft “gekoloniseerd” door zowel de publieke opinie als de politieke besluitvorming te beïnvloeden.3 Een andere verklaring is dat een toenemend aantal mensen afhankelijk is van zorg. Door de vergrijzing is de interesse in de sector toegenomen en is er dus een grotere doelgroep voor berichtgeving rondom de incidenten in de zorg. Toch is het te makkelijk om op z’n Trumpiaans de media de schuld te geven. De media vervult een essentiële rol in onze democratie, die watchdog functie geldt ook voor de zorg. Bovendien berust het “imagoprobleem” van de thuiszorg wel degelijk op feiten zoals personeelstekorten en een hoge administratie- en werkdruk. Dankzij de media is er voldoende politiek draagvlak gecreëerd voor loonsverhoging, het terugdraaien van geplande bezuinigingen en verhoging van de bezettingsgraad in verpleeghuizen.4

Regie in eigen hand

De conclusie is niet dat de media onterecht negatieve artikelen publiceren, maar dat we die media-aandacht slimmer moeten inzetten. Wat mij betreft is het vaker delen van persoonlijke verhalen over de zorg een goede eerste stap en de thuiszorg leent zich daar bij uitstek voor.

Als student organisatiewetenschappen heb ik altijd naar de zorg gekeken vanuit beleidsperspectief, maar het is de positie van verpleegkundigen die mij aan het hart gaat. De thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers zijn degenen die zich dagelijks inzetten voor de meest kwetsbare personen in de maatschappij. Zij zijn niet alleen van grote waarde voor hun patiënten en naasten: dankzij hen functioneert ons zorgstelsel. En die prestatie zal gevierd worden in deze columns – mijn eigen vorm van regie.

-Eva Dirks-