Door verder te klikken op onze website, accepteer je cookies en vergelijkbare technieken. 

| Meer informatie

Ik heb het begrepen
Column IV
Column IV

Van verzorgingsstaat naar participatiestaat… of toch niet?

In de weekendeditie van het NRC vertellen Françoise de Goeijen en Stephanie Bakker hoe ze besloten de persoonlijke zorg voor hun naasten uit te besteden1. Een dapper verhaal, beide vrouwen durven af te wijken van de participatienorm die de overheid van ons verwacht. Een participerende burger behoort intrinsiek gemotiveerd te zijn om de omgeving persoonlijke zorg te beiden wanneer dat nodig is. Het artikel roept een interessante vraag op: Welke zorg mogen we van elkaar én van de overheid verwachten?

Bij de echtgenoot van de Goeijen wordt in 2012 de ziekte van Alzheimer gediagnostiseerd. Op dat moment was haar man Endri nog maar 53 jaar oud. De Goeijen had zojuist eigen bedrijf opgezet en Endri had eigenlijk altijd voor de kinderen en het huishouden gezorgd. De taak om haar man persoonlijk te verzorgen paste niet bij haar. In het artikel beschrijft de Goeijen hoe ze die tijd ervaarde: “De combinatie van werk, voor Endri zorgen, het huishouden regelen en alle administratie was zwaar”. De zorg werd de Goeijen te veel en uiteindelijk schakelde ze voor 24 uur per dag, 7 dagen in de week professionele ouderenzorg in. Dat ze externe hulp inschakelde betekende niet dat de Goeijen zich aan de zorg onttrok. Ze bracht graag tijd met hem door en ook in het verzorgingstehuis bezocht ze hem elke dag. Ook Bakker ervaarde dat de rol van verzorgende haar niet paste. Ook zij schakelde professionele hulp in om meer tijd te besteden aan haar werk, man, kinderen en vrienden. Beide vrouwen beschrijven hoe er in hun eigen netwerk afkeurend werd gereageerd op die keuze. Je hoort de zorg op exact dezelfde manier terug te geven als dat je die ontvangen hebt. Hulpbehoevende ouders horen van hun kinderen dezelfde zorg te krijgen als die ze gegeven hebben. Anno 2018 wordt er impliciet verwacht dat de kinderen hun ouders zelf verzorgen, de administratie regelen én goed persoonlijk contact met de ouders onderhouden. Dit kan een zware last zijn wanneer mantelzorg gecombineerd moet worden met een baan en andere sociale verplichtingen. Het principe van wederkerigheid is de basis van een traditionele gemeenschap, maar is in onze huidige maatschappij lastig te realiseren. Niet iedereen kan of wil die taak vervullen, toch stuurt de gemeente in de welbekende keukentafel gesprekken aan op zorg uit het sociale netwerk.

Het Sociaal Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving stelde onlangs vast dat het aantal mantelzorgers in de toekomst zal dalen2. In Nederland zorgen ruim vier miljoen volwassenen onbetaald voor hulpbehoevende naasten. Het aantal 50- tot 74-jarigen, de groep die nu de meeste mantelzorg verleent, zal de komende jaren afnemen. Ruim 43% van de mantelzorgers ervaart dat die zorg hen nooit loslaat. Ruim 190.000 personen (25%) ervaren een “ernstige belasting”.3 Degenen die voor naasten zorgen met cognitieve of psychische problemen zijn in deze statistieken oververtegenwoordigd. Deze ziekte is immers complex en zwaar en doet een beroep op het geduld en verzorgende aanleg van de mantelzorger. Mantelzorgers kunnen door overbelasting zelf in de ziektewet belanden, hun baan te verliezen of in de schulden raken. De overbelasting van mantelzorgers vormt niet alleen een gezondheidsrisico voor de henzelf, ook patiënten lijden eronder. Een uitgeputte mantelzorger heeft een grotere kans zijn of haar geduld te verliezen. Die kans wordt alleen maar groter wanneer de overbelasting toeneemt4. Bij een kleine groep helpers vertaalt het verliezen van geduld zich in schreeuwen, schelden of de ruwe behandeling van de patiënt. Vanuit het kabinet komt er ook steeds meer aandacht voor ouderenmishandeling, een realiteit waar zo’n 170.000 ouderen jaarlijks mee te maken krijgen.

Hoe de gemeente mantelzorgers kan ondersteunen

Zo ver willen ze het niet laten komen in de gemeente Lansingerland, een gemeente van 60.000 inwoners vlakbij Delft. In 2015 werd de thuiszorg gedecentraliseerd en signaleerde ze in Lansingerland een gat tussen de formele en informele zorg. Alleen de cliënten met een GGZ-registratie kwamen in aanmerking voor extra zorg die direct gelinkt was aan hun beperking. Eenzame ouderen of mantelzorgers van een gehandicapt kind hadden wel degelijk extra aandacht nodig maar vielen buiten de boot.  De gemeente startte met de pilot Take Care, een poging om mantelaars te ondersteunen en overbelasting te voorkomen. Geregistreerde mantelzorgers konden de zorg voor een paar uur per week overdragen aan zorgstudenten van Mantelaar. De zorgstudenten volgen een relevante opleiding en doen zo in de thuishulp praktijkervaring op. Mantelaar selecteert en matcht de student aan de patiënt op basis van de behoeften en gedeelde interesses. Een uniek project omdat deze particuliere zorg deels door de gemeente wordt vergoed waardoor dit “pauze moment” voor iedere inwoner betaalbaar is. Sylvia Oosterman, vanaf het eerst uur betrokken bij het Take Care Project, vertelt hoe het project moet voorzien in een behoefte aan extra hulp en aandacht. De studenten kunnen bewoners meenemen naar het dorp, samen boodschappen doen of een ander uitstapje maken. “Aandacht doet meer dan pillen” vertelt Oosterman “Dat zagen we terug bij een oudere eenzame man die graag zijn levensverhaal wilde delen, nu schrijft hij samen met een student zijn memoires en hij is er zichtbaar van opgeknapt”. De winst is tweeledig vertelt Ankie van Tatenhove, sinds 2014 wethouder van Lansingerland. De gemeente voorziet niet alleen in de behoefte van haar inwoners, de gemeente investeert op deze manier ook in de mantelzorgers die ze rijk is. “Mantelzorgers zijn ontzettend waardevol” vertelt van Tatenhove, “ze vervullen een cruciale rol in de zorg voor patiënten”. Door nu te investeren in mantelzorgers hoopt de gemeente overbelasting te voorkomen. De pilot bleek een groot succes en inmiddels zit Take Care in het structurele aanbod voor mantelzorgers uit Lansingerland. De gemeente Lansingerland voorziet in een praktische oplossing voor mantelzorgers zonder af te doen aan het principe van eigen regie. Bovendien kan de gemeente kosten besparen op de vaak duurdere alternatieven zoals begeleiding, dagbesteding, persoonlijke verzorging en intramurale zorg. 

Het uitbesteden van zorg kan een hele verstandige keuze zijn, voor zowel de mantelzorger als de patiënt. In het streven naar een participatiemaatschappij waarin we naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen kan de overheid mantelzorgers ondersteunen. Het bieden van extra ondersteuning is een grote stap in de goede richting.

U bevindt zich hier: