Door verder te klikken op onze website, accepteer je cookies en vergelijkbare technieken. 

| Meer informatie

Ik heb het begrepen
Dhr. Van Rooijen (1938)
Dhr. Van Rooijen (1938)

Sinds het gedonder in mijn hoofd

Ik zit hier nu bijna een jaar in verzorgtehuis De Rijp in Bloemendaal. Sinds het gedonder in mijn hoofd - ik heb een herseninfarct gehad - laat mijn korte termijngeheugen me in de steek. Maar ik weet nog wel veel van vroeger; mijn olifantengeheugen doet het nog heel goed.

En elke keer als ik weer buiten kom en ik vind dat zo lekker ruikt, dan ben ik tevreden.

Ik heb Rechten gestudeerd in Leiden en daar heb ik bij het studentencorps gezeten. Ik was een overtrouwe bezoeker van sociëteit Minerva en ik heb ontzettend lang over mijn studie gedaan. Toen kon dat nog. Na mijn studie heb ik een ontzettend leuke diensttijd gehad. Ik ben reserveofficier geworden en heb in Middelburg een opleiding gevolgd tot militair boekhouder. Toen ben ik in Duitsland terecht gekomen. Daar kostte alles een scheet en drie knikkers en bier tien cent, dus voor een deel was dat een voortzetting van het studentenleven.

Daarna ben ik bij ABN AMRO gaan werken. Daar heb ik niet bijzonder goede herinneringen aan, omdat de opleiding in die tijd heel slecht was. Na die opleiding ben ik naar het grootste kantoor in Den Haag gegaan. Ik reisde het hele land door. De ene dag in Maastricht, de andere dag in Groningen. Het was heel afwisselend, hoor. En daar heb ik heel veel geleerd. Maar op een gegeven ogenblik kwam dat bankleven mij zo de neus uit. De sfeer bij zo'n groot bedrijf beviel me niet. Dus toen heb ik van de ene op de andere dag mijn baan opgezegd en ben ik voor mijzelf begonnen als advocaat.

Ik ben vrij lang advocaat geweest. Een ongelooflijk spannend en inspannend beroep. Ik heb dat met ontzettend veel plezier gedaan. Ik vind het jammer dat ik dat niet meer kan. Ik had, voordat ik het gedonder in mijn hoofd kreeg, gedacht dat ik in het harnas kon sterven. Hoewel, ik heb zelf weleens met een advocaat van 75 jaar te maken gekregen en dan merk je wel dat daar toch de scherpe kantjes van af waren.

Nu zit ik hier in een verzorgtehuis in Bloemendaal. Wat zij voor mij doen? Mij voeren. Nee hoor. Ik zie zo slecht, dus ik kon niet meer zelfstandig wonen. Je zou het bijna een gezinsvervangend huis kunnen noemen. Ze doen alles voor je hier. Maar Mantelaar levert mij iemand die mij één keer per week ‘uitlaat’. Dat gebeurt hier niet. De jongen van Mantelaar gaat dan drie uur met mij wandelen. Tijdens het wandelen praten we een beetje. Het zijn jongens met wie je een redelijk gesprek kunt hebben en dat is wel prettig.